Faithlife Sermons

Nehemia 5 - Onrecht in de Gemeente

Sermon  •  Submitted
0 ratings
· 7 views
Notes & Transcripts

Onrecht in de Gemeente

Soms krijgt een mens weleens het gevoel dat wat aan de ene kant wortdt opgebouwd aan de andere kant weer wordt afgebroken. Vorige week ging het over ‘niet opgeven’ en vandaag staan we stil bij de gedachte ‘dat we ons tegen het onrecht moeten keren’.

In het midden van een ‘groot werk’[1] voor een ‘groot God’[2] ontstond er onrust onder de mensen. De onrust die onstond was niet zomaar een verschil van mening of een probleempje. De gewone mensen schreeuwden het uit! Het was een schreeuw van onrecht. Ze schreeuwden niet tegen de Samaritanen of de Ammonieten, buitenstaanders, maar tegen onrecht van binnenuit door hun eigen mensen.

1. Nehemia wordt geconfronteerd met onrecht

Soms zijn er mensen die profiteren van de ellende van een ander. Dat was in de tijd van Nehemia niet anders.

a. De eerste groep mensen leed honger.

Dit was de groep armen. Veel gezinnen waren rijk aan kinderen. Geld om voedsel voor de kinderen te kopen was er niet. Er werd honger geleden. Zij vonden het noodzakelijk dat er graan werd uitgedeeld. Dit doet mij denken wat ik in boeken gelezen heb over de tijd dat er nog daggelders waren. Mensen die per dag betaald kregen voor hun werk. Als er geen werk was, dan was er ook geen inkomen. In de winter betekende dat voor veel gezinnen honger lijden. Vandaag de dag kunnen we denken aan die mensen die aangewezen zijn op de voedselbanken. Mensen die tussen wal en schip vallen en volgens de wet geen recht hebben op ondersteuning.

b. De tweede groep mensen behoorden bij degenen die bezittingen hadden. Ze hadden zich bij de terugkeer onder Zerubbabel huizen gebouwd, akkers en wijngaarden weer in cultuur gebracht. De opbrengsten waren echter zo gering dat er onvoldoende te eten was. Het is waarschijnlijk dat we hier te maken hebben met de naweeën van de profetie van Haggaï[3].  De mensen dachten alleen aan hun eigen belangen. Gods huis was men vergeten. De profeet stelt dat God zijn zegen onthoudt aan hen die alleen aan hun eigen huis denken. De mensen moesten uiteindelijk om te overleven hun bezittingen verpanden.

c. De derde groep was in de problemen gekomen omdat ze de belastingen niet konden opbrengen die vanwege de koning opgelegd waren. Die hadden om die reden hun bezittingen moeten verpanden. Sommigen moesten zelfs hun kinderen als slaaf verkopen om hun hoofd boven water te houden. De wetten van Mozes stonden verkoop van kinderen als slaaf toe om in leven te kunnen blijven[4].

De voedingsbodem voor hun klachten was het onrechtvaardig handelen van sommige medejoden. Deze Joden profiteerden van de slechte situatie waarin sommige landgenoten verkeerden. Er zijn altijd mensen die profiteren van de problemen bij een ander. Ik moet denken aan iemand in Veessen wiens huis voor de helft afbrandde.[5] Ook toen waren er mensen die ’s nachts op bezoek kwamen om te kijken of er nog iets van hun gading was.

Zij kochten alles op tegen bodemprijzen en namen kinderen van anderen in slavernij. Dit leidde tot de klacht van hen die in nood waren: wij zijn toch van hetzelfde vlees en bloed. Hun kinderen zijn hen even dierbaar als de kinderen van de rijken voor hun ouders.

2. De reactie van Nehemia op het onrecht

a. zijn eerste reactie was woede

Nehemia zelf was rechtvaardig. Zijn woede over de klachten was dan ook gerechtvaardigd. Hij had zelf veel opgeofferd voor het welzijn van het volk. Hij hield van zijn mensen. Hij wilde het beste voor iederen. Hij zoch welvaart voor heel het volk. Hij zag de houding van de rijken als die van profiteurs die misschien in naam wel godsdienstig waren maar de wetten van God overtraden, door woekerrente te eisen over wat ze uitgeleend hadden.

b. Hij confronteerde de vooraanstaande burgers en bestuurders met hun onrecht

Nehemia overdacht de hele situatie en maakte een plan hoe hij met de ontstane situatie moest omgaan.

  • Hij deed een beroep op hun liefde. Hij wees hen erop dat zij hun eigen mensen beroofden. Psalm 133 moet in zijn gedachten meegeklonken hebben ”hoe goed en heerlijk is het wanneer broeders (en uiteraard ook de zusters) tesamen wonen.”
  • Hij wees hen op Gods bedoelingen. Bij al je doen en laten moet je vanuit ontzag voor God handelen. Hij gebruikte zijn eigen handelen en van enkele van zijn vrienden als voorbeeld. Zij hadden Joden uit de slavernij van heidenen gekocht. Ook had hij samen met zijn familie geld aan de armen geleend om graan en het nodige te kopen. Echter zonder er rente voor te vragen. Daar en tegen maakten zij van de situatie misbruik en brachten daardoor volksgenoten opnieuw tot slavernij.
  • Nehemia herinnert hen aan de opdracht van Israël. Zij waren immers gesteld tot een licht voor de volken. Zij waren geroepen om te wandelen in de ‘vreze des Heren’. Doordat hun relatie met God niet juist was konden zij geen positieve invloed uitoefenen op hun omgeving. Zij waren niet het ‘zout der aarde’.
  • Hij herinnerde hen aan de gevolgen van hun handelen voor de naam van de Joden en de godsdienst. Hij liet hen zien dat hun gedrag de naam Jood een slechte reuk gaf.
  • Hij pleitte ervoor alle schulden en rente kwijt te schelden. Dat betekende dat de goederen teruggegeven zouden worden.

c. De reactie van de rijken op Nehemia’s voorstel was positief. Ze beloofden alles te zullen teruggeven. Elke vordering die ze hadden zou worden teniet gedaan. Nehemia heeft hen en hun beloften toch niet volledig vertrouwd. Hij liet hun woorden bekrachtigen met een eed. Een eed in aanwezigheid van de priesters. Bovendien legde hij een vloek op hen die hun woord niet zouden houden. Hij gebruikte daarvoor een bijzonder ritueel: hij schudde zijn mantel uit en stelde “zo zal met een ieder doen die zich niet aan zijn eed houdt. Uitgeschud en berooid zullen zij zijn zonder huis of goed.”  De mensen bekrachtigden zijn woorden met een “amen”. De mensen loofden de HEER en zij kwamen hun beloften na!


Toen ik dit verhaal las, moest ik denken aan het verhaal van Zacheüs de tollenaar. Hij werd aangeraakt door de houding van de Here Jezus en besloot om zijn onrechtvaardig handelen goed te maken door te vergoeden wat hij fout gedaan had.

3. Nehemia’s voorbeeld

Nehemia herinnert hen aan zijn eigen handelen. In de twaalf jaar gouverneurschap vond hij motivatie in twee principes: de liefde tot God en de liefde tot zijn naaste. Hij beschrijft hoe vorige gouverneurs welvarend werden op kosten van de mensen, door zware lasten, vorderingen en terreur. Hij stelt: ik deed het anders uit ontzag voor God.

Hij herinnert aan zijn inzet voor de bouw van de muur en zijn gastvrijheid. Als klap op de vuurpijl stelt hij: ik heb nooit gebruik gemaakt van welke vergoeding dan ook!


Dat gemeente is een belangrijk voorbeeld voor ons! We moeten ons op God en onze relatie tot Hem richten. Wanneer we werkelijk op God gericht zijn zullen we ook groeien in liefde en compassie voor anderen, zelfs voor hen waarmee we in onmin leven.

Principes voor ons gemeente-zijn

1. Er is een direct verband tussen onze opdracht om gemeente-te-zijn en hoe we elkaar behandelen. Wij zullen eerst gemeente moeten zijn voordat we een gemeente kunnen opbouwen. Dat betekent dat we naar elkaar leren omzien.

2. Relationele problemen kunnen daarom niet genegeerd worden. Wanneer die onderhuids een rol gaan spelen dan brengt dat bittere vruchten voort. Ontwijkend gedrag lijkt het beste maar hoe langer je wacht met problemen aan te pakken des te hoger de prijs die je betaalt.

3. Gebroken relaties moeten hersteld worden of we dat nu willen of niet. Ook de Here Jezus wijst daarop in de Bergrede.[6]

4. Gods reputatie staat ter discussie wanneer een gemeente lijdt aan conflicten. Jezus bidt dat wij volkomen één zullen zijn, zoals Hij en de Vader volkomen één zijn.

Hoe stop je onderlinge tegenstellingen?

1. Zoek het ethische aspect in de tegenstelling. Nehemia was boos over de onrechtvaardigheid die er onder zijn mensen heerste.

2. Denk na voordat je spreekt. Wanneer er tegen iemand gezondigd is, neem dan tijd om  na te denken over je gevoelens daarover. Boosheid kan goed zijn en ons motiveren om tot aktie te komen maar ze kan ons ook verleiden tot spreken zonder nadenken.

3. Spreek van aangezicht tot aangezicht. Confrontatie heeft ook met zorg voor elkaar te maken. Leg het conflict dat er is op tafel. Volgens de Here Jezus moeten wij elkaar 70x7 maal vergeven. Dat wil zeggen: vergeven is een heilig iets dat niet berekend kan worden. Hoe meer mensen je in jouw conflict betrekt des te moeilijker wordt het om eruit te komen. Wanneer iemand met een conflict bij jou komt dat een ander aangaat zul je moeten vragen: heb je er met de ander reeds over gesproken en ben je eruit gekomen.
4. Zoek een oplossing. Het streven onder geloofsgenoten moet zijn dat je komt tot verzoening en herstel van de relatie. Het gaat niet om het gelijk maar om het herstel van de relatie opdat we samen kunnen staan in het werk van het koninkrijk van God.

Hoe staat het er met ons voor? Zijn wij, bent u bereid tot de belofte om een einde te maken aan onderlinge tegenstellingen in uw leven en in het leven van de Gemeente? Christus, onze Heer heeft immers voor ons allen geleden en is toch voor allen gestorven?

Amen



----

[1] Nehemia 4:19

[2] Nehemia 1:5

[3] Haggaï 1:9 Jullie hebben veel verwacht, maar hoe weinig is het geworden, en wat jullie wél binnenhaalden, is door mijn adem vernietigd. En waarom? – spreekt de HEER van de hemelse machten. Omdat mijn huis nog altijd een ruïne is, terwijl ieder van jullie zich uitslooft voor zijn eigen huis. 10 Daarom onthoudt de hemel jullie zijn dauw en brengt de aarde niets meer op. 11 Ik heb het land en de bergen, het koren, de wijn en de olie, al wat de aarde opbrengt, ieder mens en elk dier, en alles wat jullie moeizaam tot stand hebben gebracht, met droogte getroffen.’

[4] Exodus 21:7

[5] het huis van Eva Bonze, Veesser Enkweg, Veessen – brand in 2006

[6] Matteüs 5

Related Media
Related Sermons