Faithlife Sermons

Matt 22 - De bruiloft

Sermon  •  Submitted
0 ratings
· 1 view
Notes & Transcripts

Gemeente van Jezus Christus.

We lazen vanmorgen de uitnodiging voor de bruiloft van de zoon van de koning. Vandaag mogen we één van de kinderen van onze gemeente dopen. Bovendien is het vandaag ook ‘zondag van het werelddiaconaat’.

De tekst uit Matteüs is een tekst die in verband staat met een groter geheel. Het is één van Jezus antwoorden op de vraag: op wiens gezag handel jij? Jezus is hier in debat met de godsdienstige macht van Israël. Deze leiders waren mensen die zichzelf als vroom en rechtvaardig zagen voor God. Zij meenden dat zij als kinderen van Abraham gered waren. Hoe ziet Jezus hen?

Jezus vertelt het derde verhaal. Het roept een herinnering op aan Jesaja 25. Het lied in Jesaja 25 klinkt als een oproep om van het leven een feest te maken. Je hoeft niet eerst thuis in te drinken en hoewel er overvloed is zul je de volgende dag bij je positieven zijn. In Jesaja wordt ons een feest geschilderd dat klinkt als perspectief voor de toekomst.

Jezus’ vertelt het verhaal van de koning die voor zijn zoon een bruiloftsfeest geeft. Op dat feest kan iedereen de buik rond eten, niemand hoeft honger te lijden. Tweemaal laat hij de genodigden uitnodigen.

Echter de genodigden, de leiders van het land, zien er geen perspectief in. Ze zijn druk, druk en nog eens druk. Het zijn mensen die hun koning schofferen. Ze negeren de dienaren. Ze hebben geen boodschap aan hen. Er is zelfs een groep die de koning vijandig gezind is. Ze slaan de hand aan zijn dienaren.

Betekent dat het einde van het feest? Nee, het feest gaat door! De koning richt zich op anderen. De gewone man, iedereen die maar te vinden is, goeden en slechten, mogen op het feest komen. Er wordt geen selectie gemaakt op basis van goed of slecht gedrag. In Lucas 14, waar een soortgelijk verhaal staat, zijn het de lammen en de blinden, de bedelaars en de misvormden. Wanneer de Here Jezus dit vertelt, heeft hij degenen op het oog die niet in tel zijn.  Er is echter één voorwaarde! Je moet bereid zijn om bruiloftskleren te dragen, het kleed van de gerechtigheid[1]. Het gaat om het kleed van de bevrijding[2]. Feestkleding, witte kleren die de naakte waarheid bedekken. Wie zulke kleding niet wil dragen is niet welkom op het feest van de koning en zijn zoon. Daarom is doopkleding ook vaak wit, als teken dat we op het feest van de koning mogen komen. Daarom dragen sommige dominees witte toga’s.

Wat betekent dat voor het diaconaat? In de gelijkenis duidt de Here Jezus op de leiders die niet bereid zijn in te gaan op de uitnodiging van de koning. Hij stelt de geestelijke leiders van zijn tijd gelijk aan revolutionairen tegenover de koning. Ze gaan naar de tempel en synagogen. Ze zijn vroom, geven hun tienden en houden zich aan de gebeden. De armen zijn bij hen niet in tel, ze worden met de nek aangekeken. De landeigenaren en de zakenlui in zijn tijd die geen tijd hebben voor God. Ze zijn te druk met hun bedrijven. Wat over blijft zijn de mensen die er niet toedoen.

Deze week brak Minister Koenders een lans voor de armen in de ontwikkelingslanden. Hij deed dat als reactie op hen die zeiden dat in deze tijd van economische crisis het eigen land eerst komt. Ik denk dat dhr. Koenders het goed ziet. De armen of dat nu in de ontwikkelingslanden is of in ons eigen land gaan in mijn visie voor de mensen die 100.000 Euro of meer op hun bankrekening hebben staan. We leven in een economische crisis van windhandel. Het is een crisis die voor een deel bestaat uit de aandelen markten, het is niet de reële economische waarde die in het geding is.

Het betekent dat in de kerk, een gemeenschap van mensen die, dat hoop ik ten minste, gelovig wil luisteren naar de oproep van de koning. Een gemeenschap die aandacht heeft voor de armen.

Toen ik over de gelijkenis en de doop zat na te denken liep ik tegen de volgende gedachte aan. In de doop is het God die tegen de mens, vandaag tegen Janneke, zegt: jij mag bij mij horen. Het is God die handelt en die een mensenkind roept. De vraag is wat dat mensenkind met die uitnodiging in zijn leven doet. De vraag is wat wij maar ook onze kinderen met die uitnodiging doen. De doop is dan ook geen middel van heil maar een aanbod van God, een uitnodiging, die om ons antwoord vraagt. Ouders beantwoorden de vragen die gesteld worden bij de doop. Zij geven antwoord. Geen antwoord aan de dominee, de kerkenraad of de gemeente maar zij beloven aan God hun kind in het geloof te zullen onderwijzen. Zij beloven aan God als goede ouders voor hun kind te zullen zorgen. Wat het antwoord van uw kind zal zijn als zij tot antwoorden in staat is, dat weten wij niet.

Wanneer ik de lijn van de gelijkenis en van de doop doortrek dan is de vraag vanochtend ook: wat is er gebeurd met al die dopelingen van de afgelopen twee decennia. Waar zijn ze? Was hun antwoord op de uitnodiging van de koning: nee? Of hebben wij ons als ouders niet aan onze beloften gehouden? Hebben wij ze als gemeente voor de voeten de voeten gelopen? Of zijn ze te druk, zoals de landeigenaren en de zakenlui uit de gelijkenis?

De uitnodiging van de koning geldt sinds de opstanding van JC elk mens. Elke zondag klinkt die uitnodiging opnieuw tot de grote dag van de bruiloft aanbreekt. Wie zullen er dan in de bruiloftszaal zitten? U en ik? Samen met onze kinderen? Elke keer weer klinkt die uitnodiging.

De bruiloftskleding ligt voor ons klaar. De koning heeft voor elk mens, voor elke genodigde een bruiloftskleed klaar liggen. Het ligt er voor goeden en slechten. Het kleed bedekt onze naakte waarheid. We kunnen er niet op eigen kracht en met onze eigen kleding naar binnen. Het is het kleed van de verzoening in Jezus Christus, dat ons tot welkome gasten maakt. We moeten echter wel bereid zijn om het kleed aan te doen. Wie het kleed niet aandoet, dat gratis klaar ligt, zal niet welkom zijn. Bent u bereid om het bruiloftskleed te dragen?

Amen


----

[1]    Jes. 61:10 Ik vind grote vreugde in de HEER, mijn hele wezen jubelt om mijn God. Hij deed mij het kleed van de bevrijding aan, hulde mij36 in de mantel van de gerechtigheid,

[2] Opb. 3:18 witte kleren om u te kleden en uw naaktheid te bedekken

Related Media
Related Sermons