Faithlife Sermons

Lukas 15

Sermon  •  Submitted
0 ratings
· 1 view
Notes & Transcripts

De noodzaak van het Gebed

Een kleine jongen ging nooit naar bed zonder zijn avondgebed te bidden. Op een avond bad hij teleurgesteld: Lieve God, mijn oom is nog steeds zonder werk, mijn zusje heeft nog steeds geen afspraakje voor de schoolavond en mijn oma is nog steeds ziek. Ik ben het moe en beu om voor mijn familie te bidden en geen resultaat te zien.

Ik denk dat er heel veel mensen zijn die zich in dit gebed van die kleine jongen herkennen. Ze bidden en zien geen verhoring van hun gebeden. Voor veel mensen een reden om geen intensief gebedsleven in stand te houden. Aan de andere kant zijn er mensen die blijven bidden, deelnemen aan gebedsgroepen, thuis tijd nemen om te bidden voor zieken en zaken die het geestelijk leven betreffen.

Jezus vertelde een gelijkenis over de noodzaak van aanhoudend gebed. Hij wilde zijn discipelen bemoedigen om door te gaan met bidden, ook al zakte hen de moed af en toe in de schoenen omdat ze zo weinig gevolgen zagen van het bidden. We vinden de noodzaak om aanhoudend te bidden ook onderstreept in de uitspraak van Paulus: bidt zonder ophouden.

In het verhaal van de weduwe is haar vasthoudendheid opvallend.

In de psalmen vinden we veel gebeden die zijn voortgekomen uit moeilijke situaties. We lezen in de psalmen over dreiging door vijanden en roepen tot God. Er zijn psalmen die gaan over de stiltes waarin mensen God zoeken. Soms lees je over het antwoord, maar hoe vaak lezen we in de psalmen niet dat de gebeden in die psalmen onbeantwoord blijven.

De vrouw in de gelijkenis is een weduwe. In de tijd waarin de Here Jezus leefde werd er weinig rekening gehouden met vrouwen en al helemaal niet met alleenstaande vrouwen, waaronder weduwes. In die tijd, en vandaag de dag in het oosten nog, was de cultuur mannelijk bepaald. Het opvallende van de gelijkenis is dat de vrouw ‘steeds weer’ naar de onrechtvaardige rechter toeging met het verzoek om ‘recht te doen’.

De rechter wordt ons beschreven als iemand waardoor elke vorm van vertrouwen ondermijnd wordt. Hij geeft om God nog gebod en laat zich ook niets aan mensen gelegen liggen. Hij is alles wat een rechter niet zou moeten zijn. Wanneer je de beschrijving leest dan zak je de moed al in de schoenen. Daar begin je nooit aan. Zo’n rechter wil je niet voor verschijnen. Je hebt geen enkele hoop om je zaak voor hem neer te leggen. Hij wordt nergens door geraakt.

Nu worden wij opgeroepen om altijd te bidden en niet op te geven. Toch zien we in de praktijk van ons geestelijk leven dat wij steeds weer geneigd zijn om op te geven. Het Griekse woord dat gebruikt wordt voor ‘niet opgeven’ (me egakew) betekent letterlijk ‘de moed niet opgeven’. We worden door Jezus opgeroepen om te blijven bidden zonder op te geven. Ergens anders[1] vertaalt de Nieuwe Bijbel Vertaling met ‘onze plicht niet verzaken’. Ik las in een preek van een collega dat het ook het karakter heeft van ‘door verkeerde gedachten vervuld worden’.

Bij het laatste wil ik even stil staan. Wij maken ons vaak zorgen over iets. In wezen is ‘je zorgen maken’ je gedachten vullen met  overwegingen die uitgaan van het negatieve. Zorgen zijn als water. Het begint met een druppel en het wordt een stroom die niet meer in te dammen valt. Wanneer we de stroom niet meer kunnen indammen dan ontstaan er kloven die niet meer te overbruggen zijn.

Zorgen vormen een negatief geloof, geven vertrouwen in de onplezierige zekerheid van een ramp. Het is als een magneet dat negatieve omstandigheden schept. Zorgen zijn een verspilling van de tijd die we hebben over wat er morgen kan gebeuren op grond van problemen die er gisteren waren. Met zorgen kom je nergens!

Ik moest aan Paulus denken toen ik dit schreef. De apostel zat diverse keren in de gevangenis. Een keer zat hij samen met Silat in de gevangenis van Filippi[2]. Ze hadden een groot aantal stokslagen gehad. Je zou verwachten dat ze zouden wegzinken in een put van zorgen. Het tegendeel gebeurde: ze gingen bidden en zongen lofliederen voor God. Gevolg: mensen kwamen tot geloof.

Toen Paulus in Rome gevangen zat, ging hij niet bij de pakken neerzitten maar hield moed en schreef brieven aan de gemeenten, zoals aan de Filippenzen: Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd. Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij.  Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank hem in al uw gebeden.  Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.[3]

De weduwe uit de gelijkenis ging steeds weer naar de onrechtvaardige rechter om recht te doen geschieden. Ze ging niet 1 keer maar steeds weer. Ze bleef constant komen om haar recht te krijgen. In het onderwijs over bidden[4] vertelt Jezus het verhaal over de vriend die ’s nachts om brood komt. De tegenhanger van de onwillige rechter is dan de vriend die zegt dat hij in bed ligt en er niet uitkomt. De vriend die om brood vraagt blijft echter vragen.

Zo was ook David niet iemand van de ééns per dag bidders maar een heel de dag en elke dag bidder. Hanna, de moeder van Samuel verlangde naar een kind. Ze bad jaar in jaar jaar uit om een kind. Ook al bleef haar gebed voor jaren onbeantwoord, ze zei niet: het is dus niet Gods wil dat ik een kind krijg. Ze bleef jarenlang bidden  en tenslotte gaf God haar een zoon.

Paulus was behept met een pijnlijke aandoening die hij een ‘doorn in het vlees noemde’. Hij bad de Heer diverse malen om daarvan verlost te worden. God nam de aandoening echter niet weg. Hij kreeg wel de kracht om zijn aandoening te dragen.

Eén van de grootste organisaties in de wereld is de ‘ik – stop – er – mee – club’. U hebt er waarschijnlijk nog nooit van gehoord want de deelnemers zijn gestopt om samen te komen. Ze zijn gestopt met hun betrokkenheid en betalen ook geen contributie omdat ze daarmee gestopt zijn. De club bestaat uit mensen die elke keer wanneer ze tegen iets moeilijks aanlopen er mee stoppen. Een club die in onze tijd meer en meer groeit.

Wat we in de gemeente van Christus nodig hebben is een groep mensen die zeggen ‘ik blijf erbij’ wat er ook gebeurt, ik geef niet op maar ik zet mij in voor de gemeente van Christus ‘hoe moeilijk het ook wordt’.

Zelfs de beste mensen zijn weleens ter neer geslagen in het leven, wat hen echter onderscheidt van de stopper is dat ze weer opstaan en doorgaan. U zult steeds weer mensen ontmoeten die bereid zijn om u te tackelen. De rechter probeerde op die manier de weduwe haar recht te onthouden. Er zijn in het geestelijk leven steeds weer krachten, menselijke en geestelijke, die proberen om u van een standvastig gebedsleven te weerhouden. Stop niet, maar ga door!

De tegenstelling tussen God en de onrechtvaardige rechter is, dat God bereid is om naar ons te luisteren. We zullen echter moeten leren om vol te houden en positief te blijven in onze gebeden. Positief blijven en roepen tot God, dag en nacht.

Het gelezen schriftgedeelte sluit af met de vraag: als de Zoon des mensen komt, zal hij dan geloof vinden op aarde. Ik kom terug op de ‘ik – stop – er – mee – club’. Veel mensen stoppen met een positief geloofsleven omdat God niet aan hun wensen voldoet. De God die aan onze wensen voldoet is de God die door ons zelf geschapen wordt. De God, de Vader van Jezus Christus, de God van het Verbond met Abraham zijn vrind, is de God van het Oude en Nieuwe Testament. Die God vraagt van ons dat wij doen wat Hij van ons vraagt. Die God wil gebeden zijn en verlangt van ons dat wij erbij blijven. Die God wil graag dat wij blijven geloven en doen wat Hij van ons vraagt.

Bent u vervuld met twijfel wanneer het over gebed gaat. Start met een positieve manier van bidden, en verwacht dat God zal antwoorden.

AMEN.


----

[1] 2 Kor 4:1

[2] Handelingen 16

[3]Fil 4:4-7

[4] Lukas 11:1-13

Related Media
Related Sermons