Faithlife Sermons

Genesis 22

Sermon  •  Submitted
0 ratings
· 1 view
Notes & Transcripts

WAT DOE JE?

Gemeente van Jezus Christus. Het leesrooster gaf voor vandaag Genesis 22 aan. Het is een Bijbelgedeelte dat enorm veel vragen oproept. Er zouden dan ook meerdere preken over gehouden kunnen worden. Echter de kernvraag is: waar gaat het over? Is het een verhaal als zo velen? Een verhaal over een vader en een zoon? Of zit er een diepere betekenis achter? Om die kernvraag te kunnen beantwoorden, ontdekte ik, heb je Abrahams woorden “de HEER zal voorzien” nodig.

Abraham kreeg van God de opdracht om zijn zoon te offeren! De vraag is: waarom? De schrijver van Genesis stelt: omdat God Abraham wilde testen. Het is een persoonlijke zaak tussen God en Abraham. God spreekt Abraham aan en hij antwoordt met: hier ben ik. Dan klinkt de boodschap met opklimmende nadruk: offer je zoon, je enige, die je liefhebt. Het offeren van kinderen was bij de volkeren waar Abraham woonde gewoon. Dus voor A’ geen vreemd gegeven. Wat zal er door hem heen gegaan zijn.

In de voorgaande hoofdstukken gaat het over de vreugde van de geboorte van Isaac en over de pijn van het wegzenden van Ismaël. Opnieuw komt Abraham onder druk te staan. Het lijkt wel of de belofte van het verbond met God niet vervuld gaat worden. God zou hem dan niet tot een groot volk maken. Indien dat zo zou zijn dan zou zijn leven zinloos geweest zijn. Hij zou voor niets uit het land van zijn vader vertrokken zijn.

Wat betekent het: iemand testen of op de proef stellen? De essentie van iemand op de proef stellen is: kijken wat voor vlees je in de kuip heb. Wie ben je echt, wat leeft er in je hart. Concreet in de situatie van Abraham: is je geloof echt. De reden: opdat God hem later zou kunnen zegenen.

In het leven van elk mens zijn er momenten waar het er op aankomt. De apostel Jakobus schrijft ook over de verzoekingen en de beproevingen. Dan komt het op de volharding aan stelt hij. Dan mag je God ook om wijsheid en kracht bidden. Durven wij op God te vertrouwen tot in de dood toe. Degene die het doorstaat zal de kroon des levens ontvangen. Die kroon ontvangen we door de dood heen.

Wat mij opvalt, is dat wij op deze aarde leven alsof wij hier een eeuwig verblijf hebben. Wij hechten zo aan het aardse dat we vergeten dat het tijdelijk is en dat we bij God een nieuw en verheerlijkt leven krijgen.

Terug naar Abraham en Isaac. We lezen niets over emoties in het verhaal. Geen waaroms? Waren ze er niet? Wel degelijk. Wie zadelt eerst zijn rijdier en gaat daarna het hout hakken. Wanneer je dat ontdekt, wordt het duidelijk dat Abraham in de war is geweest. Hij moet zich verscheurd hebben gevoeld tussen gehoorzaamheid aan God en zijn liefde voor zijn kind. Wie zou niet verscheurd worden in een dergelijk situatie.

Ze vertrekken. Daar gaan ze. Ze rijden door het landschap. Er wordt niets gezegd. Dan lees je: op de derde dag ziet hij de plaats liggen. De derde dag, de dag waarop de beslissing valt in de geschiedenis van God met de mensen. Zo werd Jezus Christus op de derde dag uit de dood opgewekt. Volgens de Joodse tradities zagen zowel Abraham als Isaac op de derde dag de heerlijkheid van de Heer in een wolk boven de berg. Zoals we ook in de verhalen van Mozes lezen hoe hij de heerlijkheid van de Heer in de wolk ziet. De knechten zagen niets en moesten bij de ezel blijven die ook niets zag. Dit laatste laat zien hoe de ene mens de aanwezigheid van God ziet en ervaart terwijl het een ander totaal ontgaat. Het achterlaten van de knechten laat zien hoe de eenzaamheid waarin Abraham verkeert steeds groter wordt.

Wanneer Abraham en Isaac lopend verder gaan, legt Abraham het hout op de rug van de jongen. Isaac wordt naamloos. Het lijkt wel of Abraham afstand gedaan heeft van zijn zoon. Isaac is als de veroordeelde die zelf zijn kruis moet dragen. Ook hier weer een overeenkomst met het lijdensverhaal van Jezus Christus, die zelf zijn kruis moest dragen. Zo gaan ze samen de berg op. Ze gaan in goede harmonie, vader en zoon. Er wordt, behalve een korte dialoog over het offerlam, gezwegen. Ook die dialoog is harmonieus. De vader is bereid om klaar te staan voor zijn zoon, voor zijn medemens. Abraham zegt tegen zijn zoon: God zal zelf in een lam voorzien. Wat een vertrouwen en tegelijk wat geeft deze zin een diepte aan het verhaal. Abraham laat het aan God over om zelf het offer te kiezen. Tegelijk wat een spanning moet de vraag van Isaac bij Abraham hebben opgeroepen. Enerzijds een diep vertrouwen en anderzijds de spanning.

Boven gekomen bouwde Abraham een altaar. Opvallend is dat wanneer Abraham de andere keren een altaar bouwt, er aan toegevoegd is: voor de HEER. Dat ontbreekt hier. Dan krijgen we de kern van het verhaal. In de Joodse traditie staat dit bekend als ‘de binding van Isaac’. Isaac, die vermoedelijk een jonge knaap is geweest, laat zich binden als offergave. Hij is bereid om geofferd te worden. De Joodse traditie legt hier een relatie met de lijdende knecht des Heren in Jesaja. In de christelijke traditie wordt die lijn doorgetrokken naar de woorden van Johannes de Doper wanneer hij op Jezus wijst: zie, het Lam van God.

Via de engel van de HEER maakt God duidelijk dat Hij geen kinderoffers wil. Tweemaal roept de engel Abrahams naam. Wat een emotie! Twee keer iemand bij de naam roepen gebeurt in de Bijbel op cruciale momenten in het leven van degene die geroepen wordt. Abraham gaat niet fanatiek verder maar laat zich onderbreken. Vanaf dat moment weet Abraham en weet Israël dat God geen mensenoffers wil. Abraham wordt vanaf dit moment beschouwd als iemand die God wil dienen en Hem volledig vertrouwt. Abraham ziet zijn zoon als iemand die aan God toebehoort. Hij hoefde hem niet prijs te geven aan de goden van zijn tijd. Hoe zit dat met ons? Zijn wij ervan overtuigd dat onze kinderen aan God toebehoren. Dat wij hen niet hoeven af te staan aan de afgoden van onze tijd? Claimt u in uw gebeden uw kinderen bij God als zijn eigendom of laat u het maar over aan de tijd.

Wil er in de toekomst een gemeente van Christus bestaan dan moeten wij onze kinderen niet aan de afgoden van onze tijd overlaten maar hen claimen als Gods eigendom. Abraham wist op deze derde dag dat zijn zoon Gods eigendom was. Hij wist er is in de toekomst een volk dat van God zal zijn. Ook de opstanding van Jezus Christus houdt in dat onze kinderen een toekomst hebben als volk van God in deze wereld, mits wij het verbond in Christus serieus nemen.

Abraham had profetische woorden gesproken toen hij zei: God zal voorzien. De verteller van dit verhaal trekt de lijn van Abraham in het verhaal door en noemt de plaats: op de berg van de HEER zal Hij zich laten zien.

Op Golgotha heeft God, de HEER, er definitief in voorzien. Er in voorzien dat de wereld kan blijven bestaan. Er in voorzien dat de zegen van Abraham wereldwijd over de volkeren komt. Er in voorzien dat Abraham een nageslacht krijgt zo talrijk als de sterren aan de hemel en als de zandkorrels op het strand langs de zee. Er in voorzien dat Abraham de vader van alle gelovigen kon worden. Abraham geloofde en verwachte het alles van God.

In Jezus Christus heeft de Vader zelf het voltooide offer gebracht. Hij die door de dood heen in de opstanding als de levende Heer is teruggegeven. Teruggeven aan allen die het van Hem verwachten. Geloven is vertrouwen op het onmogelijke. Op wat God alleen kan. Op het opstandingsleven uit de dood. De HEER zal er in voorzien.

Dit geloof stelt ons in de vrijheid. Maar die vrijheid sluit in de totale gebondenheid en onderworpenheid aan God. Dat klinkt tegenstrijdig. Maar de Bijbel toont ons dat dit echte vrijheid is. Onze band met God moet onvoorwaardelijk zijn. Hij eist ons op met huid en haar. Hij is de enige die dat mág vragen, omdat Hij onze Schepper is.

De test was niet of hij wel alles voor God over had.  De test was of hij alles, werkelijk alles verwachtte van God en van God alleen. Of hij het aandurfde alles op het spel te zetten in het vertrouwen dat God hem opving. En Abraham heeft het er op gewaagd. In het vaste vertrouwen dat de HEER in alles zal voorzien. Durft u het ook met die HEER en God te wagen?

Amen

Related Media
Related Sermons