Faithlife Sermons

Fil 2 - Visie op Gemeente

Sermon  •  Submitted
0 ratings
· 2 views
Notes & Transcripts

Visie op Gemeente–zijn

Filippenzen 2 1 Nu u door Christus zozeer bemoedigd wordt en liefdevol getroost, nu er onder u zo’n grote verbondenheid met de Geest is, zo veel ontferming en medelijden, 2 maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest. 3 Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf. 4 Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander. 5 Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. 6 Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, 7 maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. 8 En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. 9 Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, 10 opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, 11 en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.

De laatste maanden loop ik met de vraag rond: welke visie hebben wij in Zevenhuizen op christen–zijn en op gemeente–zijn? Welke betekenis hechten wij aan deze woorden. Wat belijden wij? Daar schrijft de apostel over in Filippenzen 2. Zijn woorden betekenen dat Jezus HEER is.  Dat is een belangrijk woord. Er staat: Hij is HEER tot eer van God, de Vader. Het gaat over de positie van Jezus na zijn opstanding. De kerk belijdt vanaf het begin van het ontstaan Jezus als HEER. Hij neemt dus de hoogste positie in binnen de gemeente. God gaf hem die positie, zegt de apostel omdat hij bereid was mens te worden, slaaf te zijn, te lijden en te sterven. God gaf Hem een naam boven alle naam opdat elke knie zich voor Hem zal buigen. De ‘knieën buigen’ betekent onderwerpen. Uiteindelijk zullen alle mensen, volgens de apostel, moeten erkennen dat Jezus Christus de HEER is. Hij is dus de koning van alle mensen of men dat nu erkent of niet. Als Zijn gemeente erkennen wij Hem als koning. Wat betekent dat voor ons als plaatselijke gemeente? De apostel noemt de volgende punten:

  • de verbondenheid met de Geest, die tot uiting komt in
    • ontferming en medelijden
    • eensgezindheid
    • in liefde
    • in hetzelfde nastreven
    • in één van geest zijn (dwz de neuzen dezelfde kant op)
    • het belang van de ander voor ogen houden en niet alleen je eigen belangen.

Het doel van dat alles is: dat mensen die Jezus Christus niet als hun HEER kennen het evangelie leren kennen. Daarom roept Paulus ons op om in de gezindheid van Jezus Christus te leven en te geloven. Hij werd de minste van alle mensen voor u en voor mij. Wij moeten in diezelfde Geest leven en geloven opdat anderen tot geloof kunnen komen.

Natuurlijk is er van alles wat in de weg kan staan zoals: wantrouwen tegenover de ander, een kritische geest, negatief staan tegenover veranderingen, etc.. De remedie daar tegen is: breng die gevoelens in gebed bij de HEER van de kerk. Hij zal met Zijn Geest komen en vrede in je hart geven. Wij staan met lege handen tegenover God. Wij kunnen niets inbrengen. Het mooie van lege handen is dat je elkaar een hand kunt geven. Een gemeende handdruk is een teken dat harten elkaar ontmoeten, daar kan ook verzoening plaats vinden.  

Verzoening is de basis van gemeente–zijn. Dat is essentieel voor het bestaan van de gemeente. Dat besef geeft een onderlinge band, brengt warmte in een gemeente en liefde voor elkaar. Dan ben je als gemeente ook aantrekkelijk voor mensen van buitenaf omdat je een positieve uitstraling hebt. De eerste gemeente was eendrachtig en eensgezind. Toch waren er ook weleens troubles. Paulus roept de gemeente van Efeze niet voor niets op tot de eenheid des Geestes.

Wat is eenheid? Is het één kerkelijke richting of modaliteit? Of dat we dezelfde achtergrond, interesses of voorkeuren hebben? Wil het zeggen dat we het altijd met elkaar eens moeten zijn? Nee!, het wil zelfs niet zeggen dat we elkaar aardig of sympathiek moeten vinden.

De eenheid komt niet uit ons voort, maar uit de HEER van de Kerk. Hij is het Hoofd van zijn lichaam, hij is ook het fundament waarop de gemeente gebouwd is. Neem een gezin als voorbeeld: het ene kind is gemakkelijk en het andere kind is moeilijk. Ze vormen een eenheid omdat ze dezelfde ouders hebben. Daarom vormen ze ook één gezin!

Wij vormen als christenen een gezin: God is onze vader. Dat is niet uit ons maar van God uit[1]. Je bent niet te vondeling gelegd, maar in het gezin van God herboren, uit God geboren en opgenomen in Gods gezin. Dat is het fundament van de van de gemeente.

Paulus gebruikt daarvoor de volgende woorden: één Lichaam, één Geest, één Heer, één God en Vader[2]. Hij fundeert de eenheid van de gemeente in de Drie-eenheid van God en in de gezindheid van Christus[3].  

De verdeeldheid en de gebrokenheid van de gemeente is mensenwerk. Dat was al zo in de tijd van Paulus. ‘De eenheid van de gemeente’ is niet voor niets een thema in zijn brieven. De eenheid in de gemeente is een teer, broos en breekbaar onderwerp. Individualisme, egoïsme en materialisme spelen daarbij een grote rol. De spanningen en conflicten komen vaak naar buiten in ordinaire ruzies over zaken die geen ruzie waard zijn. Gemakzucht en desinteresse hebben een negatieve invloed. Hoogmoed kan de eenheid van de gemeente ondermijnen.

Andere eenheidbrekers zijn: wantrouwen, verdachtmakingen, geroddel en kletspraatjes. Negatieve kritiek op ambtsdragers, in plaats van opbouwende kritiek. Eigen belang of voordeel, groepsdenken, machtsmisbruik, meningen alsof ze Gods openbaring zijn; dat zijn allemaal gevaren voor de eenheid van de gemeente.

Een gemeente die niet aantrekkelijk is voor de eigen mensen, laat staan voor buitenstaanders is gedoemd om te verdwijnen. De eenheid van de gemeente gebaseerd op het werk van Christus is de enige remedie om de gemeente op te bouwen. Wanneer wij echt een aantrekkelijke gemeente willen zijn, dan zullen we elkaar moeten leren liefhebben (want waar liefde woont[4] gebiedt de Heer zijn zegen). Daar kan ook echte eenheid ontstaan[5]! Daar zal elke knie zich buigen voor die ene HEER.


----

[1] Joh. 1:12, 1 Joh. 3:1

[2] Efeze 4

[3] Filipp. 2

[4] Ps 133

[5] Joh 17

Related Media
Related Sermons