Faithlife Sermons

NGB artikel 36

Sermon  •  Submitted
0 ratings
· 2 views
Notes & Transcripts

Inleiding

Het thema van artikel 36, dat nu aan de beurt is, is de overheid. Wat is de relatie tussen geloof en overheid. Wat heeft geloven in God te maken met onze visie op de overheid. Wat zegt de Bijbel over de overheid en over onze houding tot de overheid?
Ik kan me voorstellen, dat er jongeren in de kerk zitten, die alleen al bij het noemen van dit thema dreigen af te haken. Het haat over de overheid. Is er iets saaiers te bedenken dan dat? De overheid dat zijn mensen die over je beslissen. Je hebt ze nodig, maar je moet er niet teveel mee te maken hebben.
Misschien ben je al achttien en mag je gaan stemmen. Dan wordt het een beetje spannender. Je kunt zelf je stem uitbrengen voor een bepaalde partij, waarvan jij denkt dat hij het goed doet. Democratie noemen we dat. Mensen mogen zelf uitmaken op wie ze stemmen en als er genoeg mensen op een bepaalde partij stemmen, dan komt die in de regering.
De stem van het volk is belangrijk. De eerlijkheid gebied echter dat nogal wat mensen in Nederland niet zoveel vertrouwen hebben democratie. Is het uiteindelijk toch niet vooral vriendjespolitiek en achterkamertjesgoed. Den Haag praat maar wat, zeggen ze. In de media wordt er gesproken over een kloof tussen de politiek en de gewone burger. Mensen voelen zich lang niet altijd begrepen en gehoord.
De overheid staat hoop ik
Nu moeten we wel reëel zijn: dit is de eeuwen door een probleem geweest. Welke staatsvorm je ook hebt, altijd is er een kloof gevoeld. Altijd hebben groepen mensen het gevoeld gehad dat er niet naar hen geluisterd werd. Zo’n gevoel heb je wellicht bij elk bestuur: er zullen altijd mensen zijn die het anders willen…Maar dit neemt niet weg, dat je als bestuurder altijd je best moet doen om met mensen in contact te blijven. Laten zien waar je voor staat en vooral eerlijk zijn in wat je zegt en belooft.
Vorige week zondag ging het in de preek over Daniël. Dat was ook een man uit de politiek. Hij bekleedde ontzaglijk hoge posten in het Babylonische en later in het Perzische Rijk: hij was een soort opperminister. Tegelijk was hij een man van God. Hij was eerlijk en opdracht. Naar God toe en naar mensen toe. Dat is heel belangrijk.
Ministers zijn belangrijke mensen in onze regering. Het mooie is, dat minister een Latijns woordje is dat ‘dienaar’ betekent. Je bent dienaar van de staat en van de koning. Je bent er ten dienste van hen. En het diepst: je bent er ten dienste van het volk.
Dienaar zijn: dat is de roeping die mensen van de regering hebben. Dienaar van mensen en dienaar van God! En daarbij hebben we precies de verbinding van de overheid met de Bijbel te pakken. Want in noemt Paulus de overheid ook ‘dienares’. Dienares van de mensen én dienares voor en van God.
Romeinen 13:3–4 HSV
Want voor de overheid hoeft men niet te vrezen, wanneer men goede werken doet, maar wel als men kwade werken doet. Wilt u nu van het gezag niets te vrezen hebben, doe het goede en u zult er lof van ontvangen. Zij is immers Gods dienares, u ten goede. Als u echter kwaad doet, vrees dan, want zij draagt het zwaard niet zonder reden. Zij is namelijk Gods dienares, een wreekster tot straf voor hem die het kwade doet.
De overheid als Gods dienares. Zo spreekt de Bijbel erover. Paulus zegt nog meer: de overheid is door God aangesteld om ons te regeren. Zij heeft iets over ons te zeggen. Ze is er voor ons, maar ze zij staat ook boven ons. Wij hebben een rol in de keuze van de overheid: wij mogen de regering kiezen. Maar als ze gekozen is en zolang ze gekozen is moeten we naar haar luisteren. Ze heeft gezag. En dat gezag heeft ze van God en moet ze ook gebruiken.
Dat zijn natuurlijk grote woorden en die roepen ook wel wat vragen op. En misschien ben je nu trouwens al afgehaakt. Want wat moet ik eigenlijk in mijn leven met deze informatie. Wat betekent het bijvoorbeeld in mijn verhouding tot God en in mijn dagelijkse staan in het leven. Waar raakt dit?

Functie van de overheid

Zeker als je bijvoorbeeld aan de dienaren van Bij overheid denken we wellicht vooral aan politie. Dat woord wordt
Ik wil daarom vanmorgen nog een diepere kwestie aan de orde stellen. Twee vragen.
De eerste vraag is: denk je nu eens in dat er geen overheid zou zijn. Ik weet dat het nadenken over die vraag ons kan helpen. Je leert de functie van iets kennen, als je je indenkt wat er gebeurt als iets er niet zou zijn. Nu, stel je voor dat er geen overheid zou zijn.
Dan zou iedereen doen wat hij wilde. Dat lijkt misschien leuk, maar dat is verschrikkelijk. Een inbraak zou je zelf moeten oplossen. Misschien zou je zo boos zijn, dat er ernstig letsel op zou treden. Een conflict met de buren zou binnen de kortste tijd de pan kunnen uitrijzen, als er geen wetten en regels zouden zijn waar je uit fatsoen aan houdt. Op de wegen zou het een puinhoop zijn, want niemand hield zich aan de verkeersregels. Aan de wegen zou trouwens niets meer gedaan worden, want dat is ook een zaak van de overheid.
Rijken zouden het voor het zeggen hebben en armen zouden constant met hun neus tegen de muur lopen. Want als je rijk bent en sterk, heb je vrienden. En als je die niet rijk en voornaam bent, dan heb je een probleem. Als er geen overheid en rechters zouden zijn, zou er binnen de kortste keren een enorme puinhoop ontstaan.
Zonder overheid zouden er geen voorzieningen en regels zijn. Geen politie om ze te handhaven. Geen rechters om de wet toe te passen en geen regering om wetten te maken.
De situatie die ik schetste, lijkt bizar. Zoiets gebeurt toch niet? Ik zou zeggen: kijk eens naar landen als Syrië. Door de burgeroorlog die al zoveel jaren duurt. In de gebieden waar oorlog is, is er nauwelijks nog een functionerende overheid. Voorzieningen vallen weg. Veiligheid valt weg. Wie kan je nog vertrouwen. Telkens zijn er bomaanslagen en vallen er doden. Geen wonder dat mensen wegvluchten. Dat is geen leven! Denk eens aan de situatie in Libië en Afghanistan waar de maatschappij verscheurd wordt door gewapende groepen die de macht niet willen delen. Denk eens aan Nigeria, waar de overheid niet bij macht is mensen te beschermen en de terreurgroep Boko Haran honderden christenen als gedood heeft! Kijk eens na Sint-Maarten: na de orkaan Irma gingen de mensen plunderen, soms met wapens in de hand. Omdat er geen orde was!
Zonder een goede overheid, politie en een rechters die hun werk kunnen doen en een goede krijgsmacht , zou het leven een jungle worden, waarin alleen het recht van de sterkste geldt.
Alleen al als we dat bedenken, dan is er reden om God te danken. Dat alleen zou al een goede functie van de preek zijn. Laten we beseffen dat we in een goed land wonen. Een land waar wetten gelden en gehandhaafd worden. Waar mensen niet zomaar opgepakt kunnen worden, maar altijd een goede rechtsgang kunnen krijgen: iemand die hen verdedigt voor de rechter. Waar een rijke niet anders wordt behandeld door een rechter dan een armere. Waar veel sociale wetten zijn, zodat echte armoede - zoals in landen als Afrika - niet hoeft voor te komen. Waar kinderen naar school kunnen. Waar iedereen die dat wil, een beroepsopleiding of een hogere opleiding kan volgen. Waar je betrekkelijk veilig kunt leven. Waar je geen wapens in huis hoeft te nemen om jezelf te verdedigen (‘t mag trouwens niet eens).
Als we al deze dingen bezien, is er dan geen reden om God te danken voor alles wat Hij gaf. We kunnen vaak mopperen op de overheid, we kunnen onze vragen en zorgen hebben bij het beleid, maar er is voor alles reden om te danken. Wij wonen niet in Nigeria, waar je bang moet zijn om christen te zijn… Om maar een land te noemen. Vanavond geeft God ons stof tot danken!

De kwestie van het gezag

Er is nog een punt dat ik wil behandelen. Ik noemde dat al. We staat niet alleen stil bij de zegen dat er een overheid is. We moeten daar eerst over nadenken om die zegen te beseffen. We staan nu stil bij een ander lastig punt, waarom wij het nadenken over de overheid vaak vergeten en er ook niet vaak voor danken. Dat is de kwestie van gezag!
Ik zegt niet teveel als ik stel dat we in een tijd leven die een gezagscrisis laat zien. Respect voor mensen die boven ons geplaatst zijn neemt af. Dat ervaren leraren op school. Dat ervaren politieagenten op straat. Dat ervaren hulpdiensten zoals de brandweer en de ambulancedienst. De mens van de 20ste eeuw heeft niet veel met gezag. Hoe dat komt? Daar is natuurlijk niet zomaar één reden voor aan te wijzen. Het heeft wel te maken met ons grote gevoel voor eigenwaarde. Eigenwaarde is een groot goed. Het is belangrijk dat mensen niet negatief naar zichzelf kijken: wie zichzelf eindeloos naar beneden praat, is ongezond. Christelijke nederigheid bestaat niet in een negatief zelfbeeld. Je bent schepsel van God, dat is een hele eer! Maar zelfrespect is iets anders dan de ego-mentaliteit die we tegenwoordig alom tegenkomen. Je moet voor jezelf opkomen. Je moet je mannetje staan. Je moet de beste zijn, de snelste, de slimste. Er is een grote prestatiedrang. Je moet wat van je leven maken. Je moet er uithalen wat er in zit. Het individu en zijn eisen en verlangens, zijn hoogmoed en eerzucht ziet op de troon. Wie ben ik, dat ik iets niet doen mag...
Spreken over gezag gaat rechtstreeks tegen deze tendens in. Er zijn mensen boven me gesteld. Er is een God boven mij! Dat is iets wat haaks staat op de beleving van velen in onze cultuur. Ik ben mijn eigen baas. Het leven is mijn leven. Wat ik doe en laat moet ik zelf weten. Daar heeft God niets mee te maken. De grenzen die God stelt worden veronachtzaamd. En daarmee zijn de grenzen van anderen ook niet veilig meer.
Neem nu het toenemend aantal scheiding. Het persoonlijk belang van de man of vrouw staat daarbij voorop. Een huwelijk moet vooral uitdagend zijn en spanend. Als je nu op elkaar uitgekeken raakt, dan is de jus eraf. Dan maar scheiden. Zo maak je niets van je leven. Maar doe je daarmee geen anderen onrecht. Mannen die eenzaam zijn, door hun vrouw verlaten. Vrouwen de eenzaam zijn en tot in het diepst van hun ziel geraakt door het overspel van hun man. Kinderen die in gebroken verhoudingen opgroeien en een gebrek ontwikkelen om zich aan anderen te hechten… Er zijn altijd verliezers. Er worden altijd mensen beschadigd.
Egoïsme beschadigt andere mensen en beschadigt de grenzen die God stelt.
Daarom is gezag zo belangrijk. Dat er iemand boven je staat. Dat er grenzen zijn aan je gedrag. Gezag geeft ook veiligheid. Een school zonder gezag is een onveilige school. Een maatschappij zonder gezag is een onveilige maatschappij. Een wereld zonder gezag is een onveilige wereld!
Overigens versta ik onder gezag niet: het slaan met je vuist op tafel en het afdwingen van gehoorzaamheid omdat je dat nu eenmaal zelf graag wilt. Gezag moest op overwacht. Je moet ook wat te zeggen hebben! Het heeft ook te maken met de plaats je gegeven wordt. Gezag kun je krijgen omdat mensen dat met elkaar afspreken: wij geven jou de leiding. Dus jij hebt het nu voor het zeggen.
Zo gaat het vaak in de maatschappij. Zo gaat het ook in de politiek. Een regering wordt gekozen door het volk. Maar daarmee is niet alles gezegd. Gezag komt ook van God. Hij is ten diepste de bron van alle gezag. Hij is de Schepper van deze wereld. Als koning heerst Hij over haar en regeert Hij deze wereld. Als Rechter zal Hij ook ons leven beoordelen naar de wetten die Hij gegeven heeft. Alle gezag rust uiteindelijk bij God.

Gezag door God gegeven in het paradijs en daarna

Maar Gods geeft iets over Zijn gezag aan mensen. Dat zien we al bij de schepping. God geeft de mens de opdracht om in Zijn Naam over deze schepping te heersen.
Genesis 1:28–29 HSV
En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen! En God zei: Zie Ik geef u al het zaaddragende gewas dat op heel de aarde is, en alle bomen waaraan zaaddragende boomvruchten zijn; dat zal u tot voedsel dienen.
De mens is geroepen om te heersen. Heersen dat is in Gods Naam over de schepping heersen. In Gods Naam: dat is op Gods bevel en op de manier waarop God dat wil. Het is Zijn schepping daarom moeten de mensen deze gebruiken zoals God het wil. Dat wil zeggen: haar gebruiken, maar niet uitbuiten. Gebruiken maar niet misbruiken.
Heersen dat is in Gods Naam over de schepping heersen. In Gods Naam: dat is op Gods bevel en op de manier waarop God dat wil. Het is Zijn schepping daarom moeten de mensen deze gebruiken zoals God het wil. Dat wil zeggen: haar gebruiken, maar niet uitbuiten. Gebruiken maar niet misbruiken.
Gezag komt van God. God heeft het aan mensen gegeven. Daarom hebben vaders en moeders gezag. Zo heeft God het gewild. Maar dat gezag is geen absoluut gezag. Ook ouders mogen niet zomaar doen wat ze willen. Ze hebben gezag voor zover God dat geeft. Als ouders dingen van hun kinderen vragen die God verbiedt, verspelen ouders het gezag. Een ouder die zijn kind dwingt tot incest, misbruikt zijn ouderlijk gezag en verspeelt het!
Gezag komt van God! Hij heeft deze wereld zo ingesteld. Dat was al in het paradijs. Adam heerste over de schepping. Abraham was Gods vertegenwoordiger in de schepping. Hij moest haar bebouwen en bewaren zoals God het wilde.
Voor de zondeval was er al gezag. Maar dat gezag was er vooral ook na de zondeval. Toen was immers de ontwrichtende kracht van de zonde losgebroken. Toen werden de grenzen die God had gesteld bedreigd. Toen was de ene mens voor de andere een wolf geworden. Toen waren de ontwrichtende krachten in de maatschappij losgekomen. De Geloofsbelijdenis spreekt over de menselijk ‘ongebondenheid’, ‘losbandigheid’. Het egoïsme, de hebzucht, het feit dat iemands naam, bezit, eer en leven niet maar zomaar veilig is. Het gezag rust op Gods wetten waardoor hij menselijk leven mogelijk maakt in deze zondige wereld.
Het is als christenen van groot belang ons dat te realiseren. Gezag komt van God en is - binnen de grenzen die hij stelt - heilzaam voor de wereld en voor ons mensen.
Het gezag rust op Gods wetten waardoor hij menselijk leven mogelijk maakt in deze zondige wereld.

De bijbel over de overheid

In Romeinen zegt Paulus dat heel duidelijk.
Romeinen 13:1–3 HSV
Ieder mens moet zich onderwerpen aan de gezagsdragers die over hem gesteld zijn, want er is geen gezag dan van God, en de gezagsdragers die er zijn, zijn door God ingesteld, zodat hij die zich verzet tegen het gezag, tegen de instelling van God ingaat, en wie daartegen ingaan, zullen over zichzelf een oordeel halen. Want voor de overheid hoeft men niet te vrezen, wanneer men goede werken doet, maar wel als men kwade werken doet. Wilt u nu van het gezag niets te vrezen hebben, doe het goede en u zult er lof van ontvangen.
Romeinen 13:1–13 HSV
Ieder mens moet zich onderwerpen aan de gezagsdragers die over hem gesteld zijn, want er is geen gezag dan van God, en de gezagsdragers die er zijn, zijn door God ingesteld, zodat hij die zich verzet tegen het gezag, tegen de instelling van God ingaat, en wie daartegen ingaan, zullen over zichzelf een oordeel halen. Want voor de overheid hoeft men niet te vrezen, wanneer men goede werken doet, maar wel als men kwade werken doet. Wilt u nu van het gezag niets te vrezen hebben, doe het goede en u zult er lof van ontvangen. Zij is immers Gods dienares, u ten goede. Als u echter kwaad doet, vrees dan, want zij draagt het zwaard niet zonder reden. Zij is namelijk Gods dienares, een wreekster tot straf voor hem die het kwade doet. Daarom is het nodig onderworpen te zijn, niet alleen omwille van de straf, maar ook omwille van het geweten. Om die reden immers betaalt u ook belastingen. Het zijn namelijk dienaars van God, die juist daarmee voortdurend bezig zijn. Geef dus aan allen wat u verschuldigd bent: belasting aan wie belasting, tol aan wie tol, ontzag aan wie ontzag, eer aan wie eer toekomt. Wees niemand iets schuldig dan elkaar lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld. Want dit: U zult geen overspel plegen, u zult niet doden, u zult niet stelen, u zult geen vals getuigenis geven, u zult niet begeren, en welk ander gebod er ook is, wordt in dit woord samengevat, namelijk hierin: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. De liefde doet de naaste geen kwaad. Daarom is de liefde de vervulling van de wet. En dit te meer, omdat wij het beslissende tijdstip kennen, namelijk dat de tijd reeds is aangebroken dat wij uit de slaap ontwaken. Want nu is de zaligheid dichter bij ons dan toen wij tot geloof kwamen. De nacht is ver gevorderd en de dag is nabij gekomen. Laten wij dus de werken van de duisternis afleggen en de wapens van het licht aandoen. Laten wij, als op klaarlichte dag, op een gepaste wijze wandelen, niet in zwelgpartijen, niet in dronkenschappen, niet in slaapkamers en losbandigheden, niet in ruzie en afgunst.
Gezag is een installing van God. En van die instelling is de overheid - de macht die boven ons gesteld is - een heel duidelijk voorbeeld.
De overheid als gezagsdrager. Gods dienares zegt Paulus zelfs.
Deze positieve houding ten opzicht van de overheid komen we in heel de Bijbel tegen.
Titus 3:1 HSV
Herinner hen eraan dat zij de overheden en machten onderdanig behoren te zijn, dat zij hun gehoorzaam zijn en dat zij tot elk goed werk bereid zijn,
1 Petr. 2:13, Spr. 8:15, Dan. 4:32, Matt 22:21.
1 Petrus 2:13 HSV
Onderwerp u dan omwille van de Heere aan alle menselijke orde, hetzij aan de koning, als hoogste machthebber,
Spreuken 8:15 HSV
Door Mij regeren koningen, verordenen vorsten gerechtigheid.
Spr. 8:15, Dan. 4:32, Matt 22:21.
Daniël 4:32 HSV
Men zal u uit de mensenwereld verstoten en u zult uw verblijf hebben bij de dieren van het veld. Men zal u gras te eten geven zoals aan de runderen, en er zullen zeven tijden over u voorbijgaan, totdat u erkent dat de Allerhoogste Heerser is over het koningschap van de mensen en dat geeft aan wie Hij wil.
Spr. 8:15, Dan. 4:32, Matt 22:21.
Matteüs 22:21 HSV
Zij zeiden tegen Hem: Van de keizer. Toen zei Hij tegen hen: Geef dan aan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is.
Dan. 4:32, Matt 22:21.
De overheid moet gehoorzaamd worden.
Daar zijn grenzen.
Handelingen 4:19 HSV
Maar Petrus en Johannes antwoordden en zeiden tegen hen: Oordeel zelf of het juist is in Gods ogen, meer naar u te luisteren dan naar God.
Maar binnen die grenzen is eerbied verschuldigd.
Handelingen 23:3–6 HSV
Toen zei Paulus tegen hem: God zal ú slaan, witgepleisterde wand! Zit u hier om een oordeel over mij uit te spreken overeenkomstig de wet, en geeft u bevel, tegen de wet in, mij te slaan? En zij die daarbij stonden, zeiden: Scheldt u de hogepriester van God uit? Toen zei Paulus: Ik wist niet, broeders, dat hij hogepriester is; want er staat geschreven: U mag geen kwaad spreken van de leider van uw volk. En Paulus, die wist dat het ene deel bestond uit Sadduceeën en het andere uit Farizeeën, riep in de Raad: Mannenbroeders, ik ben een Farizeeër en zoon van een Farizeeër. Ik word geoordeeld over de hoop en de opstanding van de doden.
Maar binnen die grenzen is eerbied verschuldigd.
Handelingen 23:3–5 HSV
Toen zei Paulus tegen hem: God zal ú slaan, witgepleisterde wand! Zit u hier om een oordeel over mij uit te spreken overeenkomstig de wet, en geeft u bevel, tegen de wet in, mij te slaan? En zij die daarbij stonden, zeiden: Scheldt u de hogepriester van God uit? Toen zei Paulus: Ik wist niet, broeders, dat hij hogepriester is; want er staat geschreven: U mag geen kwaad spreken van de leider van uw volk.

Rome en Filips II

Nu lijkt dit een abstracte discussie. Maar we moeten niet vergeten in welke context Paulus schrijft en waarin Guido de Brès dit schrijft. Paulus schreef toen in Rome Keizers aan het bewind waren, die absoluut niet christelijk waren. Verre daarvan. Sommigen haatten de christenen. Paulus heeft het niet over een christelijke overheid, maar over een heidensen. En juist dan zegt hij: de overheid is Gods dienares. Ja maar ze kent en eert God niet. Dat is triest genoeg, maar als overheid heeft ze een bewaren taak in de maatschappij!
.
Als Guido de Brès de belijdenis schrijft zit koning Filips II op de troon van Nederland en Spanje. Het is de tijd van de vervolging van de protestanten. Later zal Guido de Brès zelf zijn leven eindigen aan de galg omwille van het geloof. Maar ook dank zegt hij: de overheid is ons door God gegeven.
Een slecht overheid is nog altijd beter dan geen overheid! Ze is Gods dienares.
Ja maar zegt iemand: Guidode Bres schrijft dit in 1561. In 1568 begint Willem van Oranje de strijd tegen Fillips II en wordt de 80-jarige oorlog een feit, die eindigt in het ontstaan van Nederland zoals wij dat kennen.
Jazeker. Er is - zeker in de lijn van Calvijn - een recht van opstand. Maar dat recht berust alleen bij gezagsdragers. Mensen die zelf gezaghebben mogen zelfs in uiterste noodzaak in opstand komen. Maar dan niet zomaar. Er moet een hoge gezagsdrager de leiding hebben. God heeft ‘koningen, prinsen en overheden verordend’.

Taak van de overheid

Je mag niet zomaar over het bevoegde gezag heen springen. De overheid geeft gezag. Ze is Gods dienares. Dat kon Paulus zelfs zeggen van de Romeinse overheid. Maar wat Guido de Brès zegt, kunnen wij dat zomaar voor onze rekening nemen.
Hiertoe heeft Hij de overheid het zwaard in handen gegeven om te bestraffen hen die kwaad doen [] en te beschermen de goeden. En hun taak is niet alleen acht te geven op de openbare orde en daarover te waken, maar ook de hand te houden aan de heilige bediening van de kerk1, om te weren en uit te roeien alle afgoderij en valse godsdienst, het rijk van de antichrist te vernietigen2 en het koninkrijk van Jezus Christus te bevorderen, het woord van het Evangelie overal te doen prediken, opdat God door een ieder geëerd en gediend wordt, zoals Hij in zijn Woord gebiedt.
Dat eerste zinnetje kunnen we nog wel meemaken. De overheid heeft ook de macht om haar gezag af te dwingen. Ze draagt het zwaard niet tevergeefs. Ze heeft het privilege van geweld, zoals wel mooi gezegd wordt.
Dat eerste zinnetje kunnen we nog wel meemaken. De overheid heeft ook de macht om haar gezag af te dwingen. Ze draagt het zwaard niet tevergeefs. Ze heeft het privilege van geweld, zoals wel mooi gezegd wordt.
Het tweede zinnetje vinden we moeilijker. Is het de taak om de alle afgoderij en valse godsdienst uit te roeien. Het is bekend dat in 1905 de Generale Synode van Utrecht van de Gereformeerde Kerken in Nederland de zinsnede in dit artikel: 'om te weren en uit te roeien alle afgoderij en valse godsdienst, het rijk van de antichrist te vernietigen' heeft geschrapt. Daarachter schuilt zowel de gewijzigde visie op de rol van de overheid inzake de handhaving van de openbare godsdienstoefening als de overtuiging dat de belijdenissen van de kerk haar actuele belijden.
Het is altijd een belangrijk punt geweest. Theocratische partijen als de SGP handhaven het. Anderen spreken er niet over.
Laten we eerlijk zijn: hoe theocratisch - God regeert! - iedereen weet dat je in de huidige tijd niet aan hoeft te komen met een verbod op het bouwen van een moskee. De Islam verbieden is ook in onze grondwet niet mogelijk, die gelijkheid van godsdienst voorstaat.
Dit is nu eenmaal een grondrecht in onze maatschappij. Wat niet wegneemt dat het verrijzen van moskeeën wel vragen oproept. Zeker als we horen dat er soms haat gepredikt wordt (niet in alles!). Zeker als we beseffen dat kerken in veel Islamitische landen verboden zijn.
Een verbod echter zou weinig helpen. Trouwens doordat zoveel gesproken wordt over Sharia zit je al gauw in de verkeerde hoek als christelijke partij. Je moet duidelijk maken dat een christelijke partij niet hetzelfde wil als de Islam: iedereen met geweld bekeren.
Dat laatste - met geweld bekeren - is altijd verbonden geweest. Juist ook in de protestantse kerk.
Zij mag de Kerk van Christus niet met het materieele zwaard beschermen, tegen de ketters, want Christus heeft aan Zijn kerk het geestelijke zwaard geschonken, om dit te doen. Zij mag de afgoderij en den valschen godsdienst niet uitroeien en het rijk van den antichrist niet te gronde werpen; want Christus wil, dat boozen en goeden te zamen zouden opwassen, totdat Hij Zelf in den dag des oogstes scheiding maken zal. Zij wijzen op het woord van Maresius: dat de ketters met geen andere steenen moeten gesteenigd worden, dan die opgegraven zijn uit de steengroeve van Gods Woord, dat zij met geen ander zwaard gedood worden, dan met het zwaard des Evangelies, en dat beter is, hen zacht tot kennis der waarheid te brengen, dan hen met wreedheid te dooden.

Postchristelijke tijd

We leven in een andere tijd dan Guido de Brès, toen heel de maatschappij christelijk was: al was er een enorm onderscheid tussen protestants en katholiek.
Maar daarmee is dit stukje nog niet waardeloos geworden.
Iemand schrijft heel mooi: kerk en staat vormen beide een elips. Dit heeft twee brandpunten. Lijnen komen altijd samen.
De overheid heeft de roeping om het leven zo te beschermen en te leiden dat mensen goed en gelukkig kunnen leven. Daarvoor zijn wetten nodig. En zijn de prachtigste en kortste wetten niet neergelegd in de Bijbel.
Alexander Pechtold van D66 zei bij Pauw en Witteman (tijdens het gesprek waarbij ook ds. Paul Visser indrukwekkend het woord voerde) dat hij vond dat de tien geboden een prachtige samenvatting van onze grondwet vormden. U zult niet stelen. U zult de vrouw van een andere niet wegnemen. U zult niet liegen, Je mag het leven van anderen niet in gevaar brengen … Dat is toch eigenlijk wat er in ons wetboek staat.
Zeker, hij sloeg de eerste geboden over - God dienen en de sabbath houden, — maar ‘t was mooi dat hij het zo zei. Gods geboden zijn heilzaam voor de samenleving. HEt zijn de goede geboden een goede God.
Zou het de roeping van de kerk in deze geseculariseerde tijd niet zijn om de maatschapij - en ook de overheid - te herinneren aan deze goede wetten. En dat ook metterdaad in handel en wandel voor te leven.
De overheid die Gods dienaresse is - om het leven leefbaar te houden en de kerk die geroepen is de stem van het Woord te laten horen en aan het geweten van mensen te appeleren. Daarvoor moet ze voor twee dingen op de hoede zijn: ze mag geen te grote mond hebben en ze mag niet te weinig zegen.
Een te grote mond kan niet meer: we zijn als christenen een minderheid geworden. Nederland is geen christelijk land meer. Bescheidenheid past ons. Maar ze mag ook niet te weinig zeggen. Ze mag niet vervullen dat alleen God het goede met ons voor heeft. Ze mag niet verzwijgen dat in het dienen van God groot loon ligt. ze mag niet verzwijgen dat de god van de BIjbel niet zomaar vereenzelvigd kan worden met Allah uit de Islam. Christenen en Islamieten bedoelen niet zomaar hetzelfde. Je hebt God niet lief, als je de uniekheid van Christus loochent en alle verschillen wegstrijkt. Juist in onze tijd moet de kerk profetische spreken.
Profeten in de Bijbel, waarschuwden voor de zonde, spraken onverbloemd over de heiligheid van God en de realiteit van Zijn toorn en oordeel. Maar wezen ook heen naar de Heere Jezus Chrsitus.
Christus - als er één was die onder de overheid geleden heeft, dan Hij wel. Veroordeeld onder Pontius Pilatus, door koning Herodes en het Sanhedrin. Onschuligd. Zijn dood was een politieke moord en een bestuurlijke misser. Maar juist zo is Hij de Zaligmaker.
Vraag 38 Vr. Waarom heeft Hij onder den rechter Pontius Pilatus geleden?
Antw. Opdat Hij, onschuldig onder den wereldlijken rechter veroordeeld zijnde, ons daarmede van het strenge oordeel Gods, dat over ons gaan zou, bevrijdde.
Vraag 39 Vr. Heeft dat iets meer in, dat Hij gekruisigd is geweest, dan of Hij met een anderen dood gestorven ware?
Antw. Ja het; want daardoor ben ik zeker, dat Hij de vervloeking die op mij lag, op Zich geladen heeft; dewijl de dood des kruises van God vervloekt was.

Wat vraagt God van ons?

De overheid als Gods dienares. Wat vraagt dat van ons
Verder is ieder, van welke hoedanigheid, rang of stand hij ook mag zijn, verplicht zich aan de overheden te onderwerpen, belastingen te betalen, hun eer en eerbied te bewijzen en hun gehoorzaam te zijn in alle dingen die niet in strijd zijn met het Woord van God. Ieder dient voor hen te bidden, opdat de Here hen wil leiden in al hun wegen en opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid [].
We zijn verplicht om zich aan de overheid te onderwerpen.
Belasting te betalen
* Eerbied en respect te bewijzen. * Gehoorzamen in dingen die niet tegen Gods woord ingaan. * Nb. dat is de enige restrictie. * We moeten voor hen bidden. * De bedoeling is: een stil en gerust geweten. Een leven in alle godzaligheid en eerbaarheid ().
en christen is de beste burger. Hij heeft de grens van zijn geweten en de eer van God, maar als het daarbinnen is, zal hij loyaal zijn. Paulus was het zelfs aan de Romeinse overheid en Guido de Brès aan Filips II.
Altijd hebben ze zich afgezet tegen sabboteurs, anarchisten. Zulke mensen waren in de 16e eeuw de wederdopers, vooral de extremen onder hen. Die verwierpen de overheid. Wilde de politie afschaffen. Berucht is Jante van Leijden die in Múnster het koninkrijk van God wilde vestigen. Hij nam de macht over en wilde alle wetten afschaffen. Hij propageerde het vrije huwelijk endergelijke. Het liep op een falikante mislukking uit.
Hierom wijzen wij de wederdopers af en andere oproerlingen en in het algemeen allen die overheden en magistraten verwerpen en de rechtsorde omver willen stoten door het invoeren van de gemeenschap van goederen en de goede zeden, die God onder de mensen ingesteld heeft, verstoren.
Daarom benadrukt Guido het gezag van God, ook door middel van de overheid. Net als Paulus doet
Romeinen 13:1–5 HSV
Ieder mens moet zich onderwerpen aan de gezagsdragers die over hem gesteld zijn, want er is geen gezag dan van God, en de gezagsdragers die er zijn, zijn door God ingesteld, zodat hij die zich verzet tegen het gezag, tegen de instelling van God ingaat, en wie daartegen ingaan, zullen over zichzelf een oordeel halen. Want voor de overheid hoeft men niet te vrezen, wanneer men goede werken doet, maar wel als men kwade werken doet. Wilt u nu van het gezag niets te vrezen hebben, doe het goede en u zult er lof van ontvangen. Zij is immers Gods dienares, u ten goede. Als u echter kwaad doet, vrees dan, want zij draagt het zwaard niet zonder reden. Zij is namelijk Gods dienares, een wreekster tot straf voor hem die het kwade doet. Daarom is het nodig onderworpen te zijn, niet alleen omwille van de straf, maar ook omwille van het geweten.
Romeinen 13:1–3 HSV
Ieder mens moet zich onderwerpen aan de gezagsdragers die over hem gesteld zijn, want er is geen gezag dan van God, en de gezagsdragers die er zijn, zijn door God ingesteld, zodat hij die zich verzet tegen het gezag, tegen de instelling van God ingaat, en wie daartegen ingaan, zullen over zichzelf een oordeel halen. Want voor de overheid hoeft men niet te vrezen, wanneer men goede werken doet, maar wel als men kwade werken doet. Wilt u nu van het gezag niets te vrezen hebben, doe het goede en u zult er lof van ontvangen.
AMEN
Related Media
Related Sermons